2.5Geïnspireerd door andere illustratoren
Soms bestaat er een angst om naar het werk van anderen te kijken. Uit schrik om per ongeluk te stelen en dus niet origineel te zijn. Eigenlijk is dat een verkeerde manier van denken, want ook hier geldt dat alleen door de ogen goed open te houden er boeiende beelden gemaakt kunnen worden. Door te kijken wat anderen doen, maar er uw eigen interpretatie van te maken of er verder in te gaan dan anderen. Ga verder waar een ander gestopt is, dan eindigt u verder.
Hieronder geef ik enkele voorbeelden van illustratoren en hun werk. Laat u door hen, maar ook door andere illustratoren inspireren. Want inspiratie is iets heel persoonlijks: wat voor de een boeiend is, is dat niet per se voor de ander.
Sabien Clement:
Een Belgische illustratrice wier werk al meermaals bekroond werd. Haar doelpubliek is zowel kinderen als volwassenen. Haar stijl is zeer poëtisch, ieder element lijkt doordacht, zij verstaat de kunst om ieder element in een illustratie te doen kloppen. Regelmatig gaat ze weer naar de bron en schetst ze mensen op straat, het is iets dat haar inspireert. Haar boeken worden onder andere uitgegeven bij Lannoo en De Eenhoorn.
Emiliano Ponzi:
Is een Italiaanse illustrator. Opvallend in zijn werk zijn de personages die genoeg conflict bevatten om de hele illustratie op verder te bouwen. Zijn werk doet ronduit manueel aan, maar is toch digitaal bijgewerkt. Zijn opdrachtgevers zijn onder andere: L.A. Times, Elle, Delta Airlines en Swatch Group.
Ana Bagayan:
Deze illustratrice is afkomstig uit Armenië, maar ze groeide grotendeels op in de Verenigde Staten, waar ze ook studeerde en nu werkt. Kenmerkend voor haar illustraties is het hyperrealisme, dat niet altijd volledig blijkt te kloppen, en de tegenstelling tussen mierzoete en gruwelijke elementen. Wie haar werk bewondert, komt in een soort bevroren sprookjeswereld terecht waarin sterke conflicten aanwezig zijn.
Aaron Jasinski:
Is een jonge Amerikaanse illustrator die ook grafisch ontwerper is. Hoewel hij veel met traditionele materialen en technieken werkt, beheerst hij ook een digitaal palet. Zijn voorkeur gaat uit naar verf, inkt en Photoshop. Hij is altijd al sterk geïnspireerd geweest door de fantasywereld, maar ook door kunstenaars als Kandinsky, Munch en Schiele. Het eerste wat opvalt in zijn werk, is dat hij zijn personages wel realistische uitwerkt, maar functioneel vervormt. Zo kan een personage in één van zijn illustraties twee gezichten hebben om stemmingswisseling uit te drukken.
Finn Campbell:
Brits illustrator die sterk geïnspireerd wordt door andere kunstvormen. Zijn illustraties zijn dan ook bijna filmisch; ze bevatten veel conflict en hebben een heel eigen sfeer. Hoewel zijn werk een heel verfijnde artisticiteit uitstraalt, gebruikt hij naast manuele ook digitale technieken. Hij heeft opdrachtgevers als: Adidas, Coca-Cola, The Times en Times Magazine.
Tineke Lemmens:
Is een Nederlandse illustratrice. Zij heeft een passie voor tekenen, maar vindt vooral inspiratie in haar actieve leven. Zo stampte ze zelf een uitgeverij uit de grond, schrijft ze verhalen, volgt én geeft ze tekencursussen en maakt ze verre reizen. Al werkt ze met zeer diverse materialen en technieken, toch is haar werk altijd herkenbaar. Iedere illustratie is een verhaaltje op zich, eentje met een knipoog. Ze illustreert voor uitgeverijen als De Vuurbaak en Lemniscaat.
Anita Kunz:
Is een Canadese illustratrice met opdrachtgevers als New York Times, The New Yorker en Time Magazine. Zij werkt vooral manueel met materialen als aquarel, gouache en potloden, hiermee maakt ze zéér fijn afgewerkte beelden. Voor haar is het belangrijk om in dialoog te treden over grote maatschappelijke onderwerpen. Haar illustraties roepen dan ook vragen op.
Tegenwoordig zet zowat ieder illustrator zijn portfolio online. Opdrachtgevers maken hier gretig gebruik van. Waarom zou u dat dan niet doen? De meeste websites zijn pareltjes met tal van afbeeldingen en een heleboel informatie die op een speelse manier gegeven wordt. Neem zeker eens de tijd om een aantal websites te bezoeken.
Het is de moeite om eens stil te staan bij wat we allemaal van anderen kunnen leren, met andere woorden: wat kunnen we van anderen onderzoeken?
- Materialen en technieken: al lijkt het voor de hand liggend, toch gebeurt het maar zelden. Probeer eens helemaal uit te pluizen welke technieken een bepaalde illustrator nu juist gebruikt heeft. Omdat illustreren meestal een combinatie van meerdere technieken is, gaat het vaak om een echte ontdekkingstocht.
- De evolutie van zijn of haar stijl: hieruit kan blijken welke inspiratiebronnen echt doorslaggevend En zoiets kan altijd een lichtje doen branden.
- Imperfectie of ‘wat vindt u niet mooi?’: natuurlijk gaat uw aandacht gemakkelijk naar een beeld dat u mooi vindt, maar het kan even verrijkend zijn om eens na te gaan wat u lelijk vindt aan een illustratie en of dat dan ook wil zeggen dat u de illustratie over de hele lijn Want soms trekt een bepaalde imperfectie juist aan. Het is dan wel niet mooi, maar het trekt toch de aandacht. Geen waardeloze eigenschap voor een illustratie.
- Relatie tussen tekst en beeld: een beeld kan bijna de samenvatting van een tekst vormen, maar het kan ook een aanvulling zijn. Of de visie van de illustrator op de gegeven tekst. Ga eens in boeken en tijdschriften na welke rol u het meeste tegenkomt, of dat illustratorgerelateerd is en wat uw voorkeur heeft. Wat een schilderij van een illustratie onderscheidt, is voor een groot deel die relatie tussen tekst en beeld; het is goed om dat niet volledig aan het toeval over te laten.
- Humor in een illustratie: niets moet, maar zonder humor houden weinig illustratoren stand. Hoe bitter of sereen het onderwerp ook is, toch doet een vleugje humor iedere illustratie deugd. Op welke manier er gedoseerd wordt, hangt af van het onderwerp én van de illustrator.